| |
Terugblik op 1 jaar “h”eerlijke natuur
Eén jaar “h”eerlijke natuur. 365 dagen en 4
seizoenen zijn ondertussen voorbij gevlogen. Ons doen en laten
proberen we zoveel mogelijk af te stemmen op het ritme van de
natuur. Aanvankelijk gedreven en boordevol ideeën begin je aan
het project, maar na een tijdje kom je tot de vaststelling dat
je slechts stap voor stap vooruit kan gaan en de grillen van de
natuur dient te ondergaan.
Iets meer dan een jaar geleden zijn we begonnen met de aanplant
van de eerste bomen op wat ooit een graasweide was. Een
gepensioneerde landbouwer iets verderop wist ons te vertellen
dat het perceel altijd deels cultuurgrond is geweest en deels
graasweide voor het vee op de lager gelegen stukken. Het is fijn
om zien hoe de natuur ondertussen stilletjes aan opnieuw de
macht grijpt, door ons een handje geholpen.
Naast de hoogstam fruitbomen, waarbij we kozen voor oude,
inheemse variëteiten, werden tal van struiken en bomen
aangeplant, allen streekeigen materiaal. Ook de komende jaren
zullen er stelselmatig planten toegevoegd worden. Binnen
afzienbare tijd zullen houtkanten en kleine bossages hun vorm
krijgen en nestgelegenheid bieden aan onze gevederde vrienden of
dienst doen als windscherm voor de schapen die in het centrum
van het perceel hun graasweide zullen krijgen.
Ruim 1 jaar geleden werd eveneens een afwateringsgracht gegraven
en werd de gedempte veedrinkpoel in ere hersteld. In het laagst
gelegen deel van de weide bleef het water tijdens de winter op
het perceel staan. Dé aanzet voor ons om de poel in ere te
herstellen en meteen 2 poelen te graven, met elkaar verbonden
via een rechte ,smalle gracht. De poelen liggen nu in het
landschap alsof ze er altijd geweest zijn. De natuur kan hier
gewoon zijn eigen gangetje gaan. Groot was dan ook onze
verbazing toen we half maart van dit jaar in de grote poel
enkele klodden kikkerdril en slierten paddeneieren konden
ontwarren tussen het gras. Het mooiste bewijs dat, als je de
natuur een kans geeft, je ruimschoots vergoed wordt !
21 maart, de lente start. Wij mensen hebben echter nog niet al
te veel lentekriebels mogen voelen. Maar er zijn toch een aantal
planten die zich niet kunnen intomen bij het verschijnen van de
eerste deugddoende zonnestralen. Het speenkruid langs de beken
toont massaal haar fel gele bloempjes. Ook de fruitbomen doen
niet onder. Bepaalde variëteiten openen nu al hun bloesems, zich
niet bewust welke grillen de natuurgoden nog uit hun weerkundige
mouw zullen schudden. De botten van de verschillende bomen en
struiken zwellen en tonen dat ze er klaar voor zijn. Dit geeft
ons de voldoening dat alle planten goed zijn “aangepakt”.
Tijdens de voorbije seizoenen werd onze aandacht herhaaldelijke
malen getrokken door een ruime variatie aan vogels. De ene
hebben bij ons hun permanente woonst en anderen zijn er slechts
voor korte tijd of zijn gewoon op doortocht. Het is mooi om
horen en zien hoe de winterkoninkjes zich in de aangelegde
takkenwal thuis voelen en erin slagen hun gezin uit te breiden.
Eenden verpozen regelmatig op het wateroppervlak. Nu en dan
storen we een koppeltje in hun intiem moment. Vorige lente
maakte een waterhoentje haar nest in het riet op een halve meter
van de oever. Tot 9 eieren konden we tellen. Groot was echter de
ontgoocheling als we op een morgen ontdekten dat het nest
leeggeroofd was en totaal vernield was achtergelaten.
Andermaal het werk van een vos die ’s nachts kilometers aflegt
op zoek naar iets eetbaars. De afdrukken van zijn pootjes aan de
oever konden niet ontkennen dat Reinaert hier was geweest.
Reigers maken bij wijlen een tussenlanding en turen het
wateroppervlak af naar een visje of een kikker.
Tijdens die eerste warme dagen in maart zong een opstijgende
leeuwerik vrolijk zijn lied als wou hij zijn boodschap tot ver
over de velden verspreiden. Het doet deugd nog eens een (
ondertussen zeldzame ) leeuwerik te horen in de velden. Het
geeft me opnieuw dat warme gevoel als toen … Kievieten halen
halsbrekende toeren uit en scheren luid krijsend rakelings langs
de grond. Ze proberen de alomtegenwoordige kauwen op een veilige
afstand te houden. Die soms vervelende zwarte mormels met grijze
kop doen een poging om een biddende torenvalk uit zijn
concentratie te halen. Het is knap om zien hoe die valk er
telkens in slaagt om ter plaatse te blijven hangen boven het
grasland om dan pijlsnel naar beneden te duiken en een veldmuis
verschalkt. Zelfs de wind, die hier steeds strak staat, brengt
de torenvalk niet uit zijn evenwicht.
Trots zijn we op onze vaste bewoner. Iedere avond, als de
duisternis is gevallen, piept hij luidruchtig vanuit zijn vaste
verblijfplaats : één van de oude, holle knotwilgen langs de
beek. De velduil. Nog maar twee maal hebben we hem bij dag
kunnen verrassen als onze paden toevallig kruisten. Als de
eerste koude begon te bijten in november werden we op een
heldere zaterdagochtend ( opnieuw ) aangenaam verrast door een
steeds maar luider wordend gekrijs. Vanuit het noordoosten
verschenen V–vormige formaties. Het waren honderden grauwe
ganzen. Die ene zaterdag passeerden ze in verschillende groepen
boven onze hoofden. Een prachtig schouwspel, richting Blankaart
vermoedden we. Hun laatste etappe om vervolgens te genieten van
een verdiende rust na een kilometers lange tocht vanuit het hoge
noorden.
Onlangs werden we op een gure zaterdagochtend opgeschrikt door
een – bijna – paniekerig gekrijs uit de lucht. Het waren 3
voorbijtrekkende kraanvogels die alle moeite hadden om hun
noordoostelijke koers aan te houden.
Zo zie je maar : als je goed bent voor de natuur, komt de natuur
zelf naar je toe ! We kijken dan ook vol verwachting uit naar
het komende jaar vol ‘h’eerlijke natuur.
|
|